Bij de watervalmethode doorloopt een project vaste fasen op volgorde: eerst alle eisen
verzamelen, dan ontwerpen, dan bouwen, dan testen, dan opleveren. Elke fase wordt afgerond en
goedgekeurd voordat de volgende begint — vandaar het beeld van water dat van trede naar trede
valt en nooit terugstroomt.
Dat werkt prima als u zeker weet wat u wilt en de omstandigheden niet veranderen. Een brug
bouwt u zo. Software niet, en dat blijkt steeds opnieuw uit dezelfde drie problemen:
Agile (letterlijk: wendbaar) is geen methode maar een denkwijze. Het idee: lever
in korte cycli iets werkends op, laat het zien, en gebruik de reacties om het plan bij te
stellen. U ruilt de zekerheid van een groot plan vooraf in voor de zekerheid van kleine
correcties onderweg — voortschrijdend inzicht als uitgangspunt in plaats van als
tegenvaller.
Agile is de overkoepelende denkwijze. Scrum is één concrete manier om die denkwijze in
de praktijk te brengen; Kanban en Extreme Programming zijn andere. Alle Scrum is agile, maar niet
alle agile is Scrum.
In 2001 legden zeventien softwareontwikkelaars vast wat zij in de praktijk zagen werken. Het
resultaat, het Agile Manifesto, bestaat uit vier waardeparen. Let goed op de formulering:
het rechterdeel wordt niet waardeloos genoemd.
| Wij hechten meer waarde aan… | …dan aan | Wat dat betekent |
|---|---|---|
| Mensen en hun onderlinge interactie | processen en hulpmiddelen | Een gesprek van vijf minuten lost meer op dan een formulier van vijf pagina’s. |
| Werkende software | allesomvattende documentatie | Voortgang meet u aan wat draait, niet aan wat beschreven is. |
| Samenwerking met de klant | contractonderhandelingen | De klant zit tijdens het project aan tafel, niet alleen bij het tekenen en het opleveren. |
| Inspelen op verandering | het volgen van een plan | Een gewijzigde eis is nieuwe informatie, geen contractbreuk. |
Onder de vier waarden hangen twaalf principes. U hoeft ze niet woordelijk op te dreunen,
maar deze vier komen het vaakst terug: