Cheatsheet

Alle rijtjes, timeboxen en definities uit deze cursus op één pagina, in de
volgorde van de lesblokken.

Gebruik dit niet om te lerenEen cheatsheet is om iets terug te zoeken dat
u al een keer begrepen hebt. De rijtjes hieronder zeggen niets over waarom Scrum zo in
elkaar zit — daarvoor gaat u terug naar de lesstof.

Het raamwerk in één beeld

3 verantwoordelijkheden 3 artefacten 3 commitments 5 events
Product Owner Product Backlog Product Goal Sprint
Scrum Master Sprint Backlog Sprint Goal Sprint Planning
Developers Increment Definition of Done Daily Scrum
Sprint Review
Sprint Retrospective

Timeboxen

Bij een Sprint van één maand. Kortere Sprint = kortere events. De Sprint heeft een
vaste lengte; de rest is een maximum.

Event Timebox Wie Levert op
Sprint max. 1 maand Scrum Team een bruikbaar Increment
Sprint Planning max. 8 uur Scrum Team Sprint Goal + Sprint Backlog
Daily Scrum 15 min, elke werkdag Developers bijgestelde Sprint Backlog
Sprint Review max. 4 uur Scrum Team + belanghebbenden bijgestelde Product Backlog
Sprint Retrospective max. 3 uur Scrum Team concrete verbeteringen
Refinement geen timebox, doorlopend Scrum Team kleinere, helderdere items

Les 1 — Agile en het raamwerk

Agile Manifesto — vier waarden

Meer waarde aan dan aan
Mensen en hun onderlinge interactie processen en hulpmiddelen
Werkende software allesomvattende documentatie
Samenwerking met de klant contractonderhandelingen
Inspelen op verandering het volgen van een plan

Het rechterdeel heeft óók waarde — er staat alleen “minder”.

Drie pijlers (het proces) en vijf waarden (het gedrag)

Pijlers Waarden — FORMT
Transparantie — het werk is zichtbaar Focus
Inspectie — regelmatig en zorgvuldig onderzoeken Openheid
Adaptatie — meteen bijstellen bij afwijking Respect
Moed
Toewijding

Les 2 — Het Scrum Team

Verantwoordelijk voor Doet níet
Product Owner (1 persoon) waarde maximaliseren; Product Goal; items
formuleren en ordenen; backlog transparant houden
taken toewijzen, schattingen
opleggen
Scrum Master (1 persoon) Scrum invoeren zoals beschreven; effectiviteit van
het team; belemmeringen opruimen; events faciliteren
notuleren, plannen, het team
managen
Developers Sprint Backlog; kwaliteit via de DoD; dagelijks bijstellen;
elkaar aanspreken
de volgorde van de Product Backlog bepalen

Omvang: doorgaans 10 of minder, inclusief PO en SM. Geen subteams, geen hiërarchie.

Les 3 — Artefacten

Artefact Wat het is Van wie Commitment
Product Backlog geordende lijst van al het werk; enige bron van werk;
emergent
Product Owner Product Goal
Sprint Backlog waarom (doel) + wat (items) + hoe (plan) Developers Sprint Goal
Increment bruikbare opstap naar het Product Goal; additief Scrum Team Definition of Done

Done, Ready en acceptatiecriteria

Begrip Geldt voor Gaat over In de Scrum Guide?
Definition of Done alle items kwaliteit ja, verplicht
Acceptatiecriteria één item gedrag nee
Definition of Ready één item, vóór de Sprint gereedheid nee

Les 4 — Events

Sprint Planning — drie onderwerpen

  1. Waarom is deze Sprint waardevol? → het team stelt het Sprint Goal op
  2. Wat kan er af? → de Developers bepalen hoeveel
  3. Hoe wordt het gedaan? → de Developers maken het plan

Review tegenover Retrospective

Sprint Review Sprint Retrospective
Gaat over het product het proces
Wie Scrum Team + belanghebbenden alleen het Scrum Team
Pijler inspectie adaptatie
Wanneer voorlaatste event laatste event

Wat mag wel en niet tijdens de Sprint

Wel Niet
Scope heronderhandelen met de Product Owner Het Sprint Goal wijzigen
De Sprint Backlog bijwerken (door de Developers) Werk toevoegen door iemand
buiten de Developers
Refinement blijven doen De Sprint verlengen
De Sprint afbreken — alleen de Product Owner De Definition of Done verlagen

Les 5 — Backlog en stories

User story

Als <rol> wil ik <wens>, zodat <waarde>.

Acceptatiecriterium:
  Gegeven <uitgangssituatie>
  als     <handeling>
  dan     <verwacht resultaat>

Drie C’s: Card, Conversation, Confirmation. Te groot voor één Sprint = een
epic.

INVEST

Independent zo min mogelijk afhankelijk van andere stories
Negotiable geen dichtgetimmerd contract
Valuable waarde voor een gebruiker of klant
Estimable in te schatten
Small past ruim binnen één Sprint
Testable vast te stellen of het klaar is

Schatten

Fibonacci:     1  2  3  5  8  13  20  40  100
T-shirtmaten:  XS  S  M  L  XL

Planning poker:  toelichten → in stilte kiezen → tegelijk onthullen
                 → hoogste en laagste lichten toe → opnieuw

Story points = complexiteit + hoeveelheid + onzekerheid. Geen uren, en
niet vergelijkbaar tussen teams. Alleen de Developers schatten.

Splitsen

Verticaal (per stuk gebruikerswaarde) — goed. Horizontaal (per technische laag:
database, API, scherm) — fout: er is niets bruikbaars tot alle lagen af zijn.

Les 6 — Meten en valkuilen

Begrip Kort
Velocity afgemaakte story points per Sprint, gemiddeld over 3–5 Sprints.
Alleen done telt. Planningshulp, geen rapportcijfer.
Burn-down resterend werk, loopt naar nul. Verbergt scope creep.
Burn-up afgerond werk + aparte lijn voor de totale omvang. Toont scope creep
wél.
ScrumBut “Wij doen Scrum, maar…” — elk weggelaten onderdeel haalt een
terugkoppeling weg.
Water-scrum-fall lange analyse vooraf, Sprints in het midden, lang testen en
uitrollen achteraf.

Scrum tegenover Kanban

Scrum Kanban
Ritme Sprints van vaste lengte continue stroom
Rollen drie, voorgeschreven geen
Werk begrenzen Sprint Backlog WIP-limiet
Meten velocity doorlooptijd en doorvoer

Scrumban = de events van Scrum met WIP-limieten. Schalen: Nexus,
LeSS, SAFe — altijd één Product Owner, één Product Backlog, één Product Goal en dezelfde
Definition of Done.

Wat níet in de Scrum Guide staat

Nuttige praktijk, geen voorschrift — en daarmee een geliefde examenvraag:

  • user stories, epics, INVEST en acceptatiecriteria
  • story points, planning poker, velocity, burn-down- en burn-upcharts
  • Definition of Ready
  • de drie vragen van de Daily Scrum
  • refinement als apart event met een vaste timebox (refinement zelf staat er wél in)